In onze samenleving vinden wij het belangrijk dat gemaakte afspraken worden nagekomen. Dit uitgangspunt vinden we ook overal in de wet terug. Sluit u een overeenkomst en laat u vervolgens na om uw verplichtingen na te komen? Dan heeft uw contractspartner het recht om juridische stappen te ondernemen om er alsnog voor te zorgen dat u de overeenkomst naleeft. Denkt u daarbij bijvoorbeeld aan het starten van een rechtszaak of het leggen van beslag.

Ook bij faillissement: afspraak is afspraak

Als een persoon of bedrijf failliet wordt verklaard, benoemt de rechtbank een curator. Ook tijdens een faillissement blijven lopende overeenkomsten in principe gewoon van kracht. Hierin komt het uitgangspunt dat overeenkomsten moeten worden nakomen tot uiting. In beginsel moet de curator overeenkomsten dus respecteren en kan hij zelfs worden aangesproken op verplichtingen die voortvloeien uit zon overeenkomst.

Maar niet altijd voor een curator

Echter: onder omstandigheden heeft de curator het recht om afspraken die voortvloeien uit een overeenkomst te negeren en om zelfs in strijd hiermee te handelen. Dat kan vragen oproepen. Want hoe zit het dan met het uitgangspunt dat verplichtingen moeten worden nagekomen? Ik wil dit graag aan de hand van een belangrijke uitspraak van de Hoge Raad toelichten.

Eerst bespreek ik echter een aantal begrippen én de casus die ten grondslag ligt aan de uitspraak.

Uitleg begrippen

Economisch eigendom
Een juridisch eigenaar kan iemand alle rechten op een goed (bijvoorbeeld een huis) geven als ware hij zelf eigenaar. De juridisch eigenaar blijft de (juridische) eigendom houden, zij het dat de economisch eigenaar bevoegd is beslissingen te nemen over het goed en hier ook bijvoorbeeld inkomsten door te generen.

(juridisch) Eigenaar
Een eigenaar heeft het meest omvattende recht op een goed (bijvoorbeeld een huis). Hij kan vrij over het goed beslissen (en het bijvoorbeeld verhuren, verkopen, hypotheekrecht op vestigen, afstaan van economisch eigendom, etc.).

Rechtbank
Een rechtszaak begint meestal bij de rechtbank. Er zijn 11 rechtbanken in Nederland. Zij beslissen onder meer in zaken op het gebied van het Faillissementsrecht.

Hoger beroep / Gerechtshof
Wie het niet eens is met een vonnis van de rechtbank, kan in hoger beroep gaan bij het Gerechtshof. Een hogere rechter kijkt dan opnieuw naar de zaak.

Cassatie / Hoge Raad
Wie het niet eens is met een uitspraak van het Gerechtshof kan in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad is de hoogste rechter en kan besluiten dat een rechtszaak over moet.

Wat is de crux van deze rechtszaak?

In deze zaken botsen twee verschillende perspectieven met elkaar. Ik zal hierna de twee perspectieven weergeven. Vervolgens geef ik aan op welke wijze de Hoge Raad met deze verschillende perspectieven omgaat.

Perspectief I: afspraak is afspraak

Walton heeft als economisch eigenaar een huurovereenkomst gesloten met Mulders en Welleman. Als economisch eigenaar had Walton in deze kwestie op grond van de gesloten overeenkomst het recht om tot verhuur over te gaan en om de huur te incasseren buiten de curator om. Zo bezien, heeft Walton als schuldeiser op geen enkele wijze verkeerd gehandeld en moet de curator de overeenkomst respecteren.

Perspectief II: schuldeisers moeten gelijk behandeld worden

De andere kant van de medaille is dat in een faillissement er (normaal gesproken) meer schulden zijn dan baten. Iedere schuldeiser wil betaling ontvangen, maar meestal is dat - uitzonderingen daargelaten - niet mogelijk. In de Faillissementswet is namelijk neergelegd op welke wijze de gelden die er zijn tussen de schuldeisers verdeeld moeten worden. Als iemand buiten deze regels om direct betaling ontvangt, is dat niet eerlijk ten opzichte van de overige schuldeisers. Schuldeisers worden dan onderling ongelijk behandeld. Zo bezien is het goed dat de curator ongelijke behandeling van schuldeisers tegengaat door de gesloten overeenkomst niet te respecteren.

De Hoge Raad

Vrij vertaald en in de kern samengevat, komt de Hoge Raad tot het volgende oordeel. De Hoge Raad stipt eerst nog eens aan dat een overeenkomst in beginsel door een faillissement niet wordt gewijzigd. Maar dat betekent echter niet dat een schuldeiser altijd zijn rechten kan blijven uitoefenen alsof er geen sprake is van een faillissement. Het beginsel dat schuldeisers gelijk behandeld moet worden, mag volgens de Hoge Raad niet onaanvaardbare wijze worden doorbroken. In dit geval betekent dit dat Walton het economisch eigendomsrecht richting de curator niet met succes kan inroepen. De curator heeft het recht te verlangen dat de huurders het pand ontruimen.

Samenvatting

Bij een faillissement kan zich de situatie voordoen dat een schuldeiser de curator niet nodig heeft om zijn contractuele rechten geldend te maken. Soms kan de curator de schuldeiser vervolgens toch beletten zijn rechten uit te oefenen. Wanneer heeft de curator dat recht? Dat is het geval als de gelijkheid van de schuldeisers op onaanvaardbare wijze wordt doorbroken. Het uitgangspunt dat afspraken moeten worden nagekomen, delft dan - in een rechtstreeks battle met het beginsel van de gelijke behandeling van schuldeisers - het onderspit.

Tegenwerping

Klopt het wel dat overeenkomsten ook na faillissement in beginsel van kracht blijven? Ik dacht namelijk dat meestal een overeenkomst eindigt met de faillietverklaring.
In de meeste contracten is een bepaling opgenomen dat de overeenkomst eindigt op het moment dat een contractpartij failliet wordt verklaard. Een dergelijke overeenkomst loopt inderdaad vanaf de faillissementsdatum niet door. Dat is echter juist een uitvloeisel (en geen bewijs van het tegendeel) van het uitgangspunt dat overeenkomsten ook na faillietverklaring blijven doorlopen. Het gaat hier immers om een (vrijwillige) afspraak van de partijen om een dergelijk beding in de overeenkomst op te nemen. De overeenkomst eindigt uitsluitend vanwege dat contractuele beding. Is een dergelijk beding niet in de overeenkomst opgenomen, dan blijft de overeenkomst in beginsel tijdens een faillissement doorlopen.

Vraag van een lezer

Stel: op de faillissementsdatum moet de schuldenaar mij nog 50.000,00 betalen, terwijl ik mijn afspraken ben nagekomen. Dan zou ik de curator dus mijn bankrekening kunnen geven en hem kunnen vragen binnen vijf dagen te betalen? Overeenkomsten blijven immers in beginsel van kracht.
Die vlieger gaat helaas niet op. De enige manier, zo zegt de wet, om in een dergelijk geval een vordering te incasseren, is de indiening ter verificatie. Dit betekent dat de vordering schriftelijk bij de curator moet worden aangemeld. In het kader van de afwikkeling van het faillissement moet de curator de gelden, voor zover aanwezig, betalen op een door de wet aangewezen wijze. Alsdan zal blijken in hoeverre er nog een betaling op de vordering kan volgen. Het uitgangspunt blijft desalniettemin dat de overeenkomst nog steeds van kracht is. Het afdwingen van betaling verloopt echter op een andere wijze dan buiten faillissement.